Naar de hoofdinhoud

tekst: Miserere

De periode rond 1980 vormde een kantelpunt in Pärts oeuvre. Vanaf dan zou hij zich vooral toeleggen op religieus geïnspireerde en vocale werken, vaak op basis van bijbelse teksten. Voor zijn Miserere uit 1989 combineerde hij er twee met elkaar: enerzijds de verzen uit Psalm 50, waarin Koning David om vergeving smeekt nadat hij van overspel en moord beschuldigd is, en anderzijds de tekst van de Dag des Oordeels (Dies Irae) uit het Requiem. In de coda smelten beide perspectieven samen tot één stil gebed.